Auto ontsteking informatie pagina

 
Home

       

  Ontsteking informatie pagina        Ontsteking informatie pagina        Ontsteking informatie pagina

Bougies vervangen link
Ontstekingstijdstip motor afstellen link

 

De bougie

   
  Dit is een nieuwe bougie.  Normale bougie.     Ontsteking niet goed.     
         
   
  Olie verbruik via cillinder. Mengsel te arm ontsteking te vroeg. Mengsel te rijk ontsteking te laat.  
         
   
  Bougie te heet ontsteking te vroeg.       Lek in koppakking of spruitstuk pakking Bougie is aan vervanging toe.  
    Zeer arm mengsel ontsteking te vroeg    
    Te groote afstand tussen elektroden.    



 

 

De bobine

   

 

                    

De bobine

In de bobine zitten twee spoelen van koperdraad om een weekijzeren staaf, die een transformator vormen. De laagspanningsspoel heeft weinig windingen van dikke draad, de hoogspanningskant heeft heel veel wikkelingen van dunne draad die vaak door laagjes isolerend papier van elkaar gescheiden zijn. Op de laagspanningskant wordt vanaf het cantactslot een gelijkspanning van 12 volt gezet. (Bij ouderen typen voertuigen 6 volt.) Door het openen van de onderbreker of contactpunten in de stroomverdeler wordt de gelijkstroomkring onderbroken en wordt er in de secundaire spoel van de bobine een hoge inductiespanning (een hoogspanning van 15.000-25.000 Volt) opgewekt. Deze hoogspanning wordt via de verdeler naar de juiste bougie geleid. Deze vonkt, waardoor het brandstofmengsel in de cilinder wordt ontstoken.

De contactpunten

         

                                      

De contactpunten

De onderbreker schakelt de primaire stroom door de bobine op regelmatige tijdstippen aan en uit. Wanneer de zuiger nabij zijn bovenste dode punt (BDP) is en het brandbaar mengsel ontstoken moet worden, wordt de stroom onderbroken. Hierdoor ontstaat door zelfinductie een spanningspuls, die omgekeerd is aan de stroom die onderbroken werd. Doordat de bobine in essentie een transformator is, met een zeer hoge factor tussen de primaire en secundaire spoel, wordt door de spanningspiek in de primaire spoel een enorm hoge spanning opgewekt in de secundaire wikkeling van de bobine, welke kan oplopen tot meer dan 15.000 volt.

Het schakelen van de stroom is mogelijk omdat in het midden van de verdeler een as zit, waar een aantal nokjes op zitten (evenveel als het aantal cilinders). Deze nokken duwen tegen een van de contactpunten, zodat deze bij iedere nok open geduwd worden. Om radiostoring en inbranden van de contactpunten te voorkomen is paralleleencondensatorgeschakeld.

De condensator


De condensator

Een condensator is een elektrische component die elektrische lading en elektrische energie opslaat. Hij is opgebouwd uit twee geleiders met een relatief grote oppervlakte, die zich dicht bij elkaar bevinden en gescheiden zijn door een niet-geleidend materiaal of vacuum, het diŽlektricum . Wanneer de ene geleider positief geladen wordt ten opzichte van de andere, verplaatst de negatieve lading in het diŽlektricum zich naar de positieve plaat, en omgekeerd: positieve lading beweegt naar de andere geleider. De naam is afgeleid van het latijn condensare: samenpersen, dus condensator = samenperser, wat betrekking heeft op de ladingen die samengeperst worden bij de polen (platen) van de condensator.

De verdelerkap rotor en bougie kabels

                          

De verdelerkap rotor en bougie kabels

De verdeler verdeelt de hoge vonkspanning naar de respectievelijke bougies in de juiste volgorde. Een arm in de verdeler, de rotor, is rechtstreeks op de krukas of indirect via de nokkenas gekoppeld en draait mee. De ontsteekvolgorde wordt bepaald door de juiste aansluiting van de bougiekabels op de verdeler.

Bovenop de centrale as van de stroomverdeler zit een rotor. Daar overheen zit de verdelerkap . De verdelerkap heeft doorgaans ťťn middenaansluiting, daar is de hoogspanningskabel vanaf de bobine op aangesloten. Deze aansluiting duwt met een verende koolstift op de rotor, zodat de stilstaande kap de spanningspulsen kan doorgeven aan de draaiende rotor.

Verder zijn er aan de omtrek van de rotor een aantal contacten aangebracht, gelijk aan het aantal cilinders dat de motor heeft. Vanaf deze contacten lopen er weer hoogspanningkabels naar de bougies. Deze worden zo aangesloten dat steeds de cilinder waar een compressieslag is, voorzien wordt van een vonk.

Schema ontsteking

1 accu
2 contactslot
3 bobine
4 ontsteking
5 condensator
6 contactpunten
7 bougies

 

Home