Alles over motorolie

 
Home

Alles over motorolie

 

Welke olie
Oliefilter
Olieverbruik en lekkage
Kwaliteit motorolie
Viscositeit motorolie
Minerale Half synthetische en synthetische olie
Kwaliteitsnorm voor de olie van het VAG Concern
Longlife-olie
Oliepeil meten
Olie bijvullen
Het olie lampje
Wat is Sludgevorming
Gebruiksaanwijzing Engine Fluch van Forte
Circulatie schema Oliekanalen
Verschil tussen Monograde oliŽn en multigrade oliŽn
Problemen met te veel motorolie in het carter
Problemen met te weinig motorolie in het carter
Benzine in de motorolie

 

Alles over motorolie

De belangrijkste taken van olie zijn:

1 Motorolie zorgt voor de afdichting tussen zuigers en cilinders

2 Motorolie vermijdt het contact tussen verschillende bewegende delen

3 Motorolie voert warmte af, welke afkomstig is van het verbrandingsproces

4 Motorolie neemt verbrandingsresten en slijtagedeeltjes op en voert deze af.

 

Motorolie zorgt ervoor dat je motor soepel draait en dat slijtage tot een minimum wordt beperkt. Vaak denken mensen daarom dat een dikke motorolie beter voor de motor is dan een dunne, maar dat is niet per definitie zo. Motorolie heeft namelijk nog meer taken dan het smeren alleen. Het moet verbrandingsresten en condens absorberen, zuren neutraliseren, geluid dempen en hitte en vuildeeltjes afvoeren. En hoe dunner de olie is, hoe sneller de olie wordt rondgepompt en hoe meer vuil en warmte er kan worden afgevoerd. Een ander voordeel is dat dunne olie minder wrijvingsverliezen geeft dan dikke olie. Dunne olie geeft dus een lager brandstofverbruik, vandaar dat motorfabrikanten daar steeds vaker voor kiezen.

 

Hoe Ďdikí een motorolie is, kun je aflezen aan de SAE-nummers op de fles. Bij een 10W-40-olie geeft het getal 40 de stroperigheid bij bedrijfstemperatuur weer. Een 10W50 olie is bij een warme motor dus dikker dan een 10W40-olie en een 10W30-olie is dunner. Het getal met de letter W is ook interessant, dat geeft de vloeibaarheid aan bij lage temperaturen en zegt iets over zaken die in de winter interessant zijn, zoals de stoltemperatuur en de verpompbaarheid bij extreem lage temperaturen. Een 5W-olie is bij lage temperaturen dus altijd beter dan een 10W-olie.

 

Natuurlijk is het gebruik van dunnere motorolie alleen mogelijk als de smeerfilm sterk genoeg is. Om die reden was dunne motorolie vroeger, toen er alleen minerale olie was, niet goed mogelijk. Met de moderne halfsynthetische en volsynthetische motorolie is het wel mogelijk een dunnere olie te maken met een hoge smeerfilmsterkte. Zo hoog dat nieuwe motoren niet eens goed inlopen als je te vroeg een volsynthetische motorolie gebruikt! De code op de fles, achter de letters API, verraadt of je een goede olie hebt. De codes lopen van SA t/m SM. SA-motorolie is van de minste kwaliteit. SM is olie van de beste kwaliteit. Bij motorfietsen zie je zelden een kwalificatie die verder gaat dan SG. Voor hogere kwalificaties zijn namelijk wrijvingsverlagende dopes nodig en daar gaan koppelingen van motorfietsen, omdat ze meestal in de olie draaien, van slippen. Daarom moet je ook nooit een auto-olie in een motorfiets gebruiken. Een echte motorfietsolie herken je aan de letters JASO MA1 of MA2. Die letters geven aan dat de olie speciaal is getest op eisen die voor een motorfiets belangrijk zijn. De MA1 is voor gewone motoren, de MA2 voor motoren met veel vermogen. Dan is er ook nog een JASO MB voor motoren met een droge koppeling.

 

Welke olie

Welke olie moet je nu kiezen? Het beste neem je natuurlijk, zodra de motor goed is ingelopen, een merkolie van goede kwaliteit, dus een half- of volsynthetische olie met minimaal een SG- en JASO MA1-kwalificatie. Voor de viscositeit kijk je naar het advies in het instructieboekje. Rijd je grote afstanden op straat, dan kies je het tweede getal laag, binnen die adviezen. Dus liever een 10W-30 dan een 10W-40. Doe je veel korte afstanden, dan kun je beter iets hoger kiezen, omdat de olie dan in de loop der tijd door condens en brandstofresten verdund raakt. Rijd je veel op circuits, dan kies je juist voor een hoog getal, omdat de motor in raceomstandigheden heter en de olie dus dunner wordt. Voor barre, winterse omstandigheden kies je het ĎWí-getal zo laag als toegestaan, want dan is de olie eerder bij alle te smeren onderdelen en blijft slijtage aan de nokkenassen beperkt. Dan dus liever een 5W-40 dan een 10W-40. Rijd je toch niet als het echt koud is, dan kun je net zo goed een hoger getal nemen.

 

Oliefilter

Tijdens/door het rijden wordt de motorolie aangetast door roet, brandstof, metaaldeeltjes, stof, vocht, ... Daarom wordt de rondgepompte olie door een oliefilter gebracht dat zwevende deeltjes tot ongeveer 1/100ste mm uitfiltert. Hierdoor blijven de bewegende onderdelen voorzien van een goede smering door zuivere olie. Doordat de oliefilter aan de buitenkant van het motorblok zit, wordt de doorgepompte olie hier enigszins afgekoeld, wat de inwendige mechanische slijtage verder beperkt.

De oliefilter raakt na enige tijd verzadigd en moet vervangen worden na het voorgeschreven aantal kilometers in de gebruiksaanwijzing. Door de toegenomen kwaliteit van de motoren, het steeds groter wordend filterend oppervlak van de oliefilter en de toegenomen kwaliteit van de smeerolie, kan de oliefilter nu veel langer gebruikt worden dan vroeger, tip, vul het nieuwe oliefilter eerst met nieuwe olie voor het monteren, dit om ervoor te zorgen dat de essentiŽle zaken zo snel als mogelijk olie krijgen. En niet hoeven te wachten totdat het oliefilterhuis gevuld is.


Oliefilter

 

Olieverbruik en lekkage


Normaal olieverbruik

Maximaal een halve liter olie op 1.000 km is normaal. Een bovenmatig verbruik wijst erop dat de motor niet op de juiste manier functioneert.

Olieverbruik

Olieverbruik ontstaat door slijtage, lekkage en / of vervuiling. We verdelen het olieverbruik in twee hoofdgroepen:

Interne lekkage

Interne lekkage / olieverbruik, hieronder verstaan we olieverbruik welke niet door een lekkage aan de buitenkant van het motorblok zichtbaar is. De olie wordt verbrandt en gaat via de uitlaat naar buiten. De oorzaken hiervan kunnen zijn;

 

 1 Olie met verkeerde viscositeit

 2 Verouderde olie en daardoor lagere viscositeit

 3 Versleten olieschraapveren

 4 Vastzittende olieschraapveren / ringen door koolaanslag / vervuiling

 5 Verhoogde carterdruk door versleten / vastzittende zuigerveren

 6 Aangetaste cilinderwand

 7 Verharde / versleten klepseals

 8 uitgesleten klepgeleiders

 9 Versleten turbo

 

Het komt ook voor dat er via de koppakking olie lekt van de oliekanalen naar de koelvloeistofkanalen, dit is herkenbaar aan een soort drab onder de koelvloeistofdop. Men noemt dit ook wel sludge.


Sludge radiateur

 

Ook kan er door een fout in het brandstofsysteem brandstof in de motorolie terechtkomen, hierdoor treed olie verdunning op met gevolg een dunnere olie en daardoor hoger olieverbruik.

 

Externe lekkage  

Externe lekkage / olieverbruik, hieronder verstaan we op, aan en onder het motorblok zichtbare sporen van olielekkage. Ook lekkage aan een eventueel externe oliekoeler en leidingen valt hieronder. De oorzaken van een externe olielekkage zijn velerlei, we noemen hier de meest voorkomende lekkage's:

 

1 Klepdekselpakking

2 Carterpanpakking

3 Krukaskeerring voorzijde

4 Krukaskeerring vliegwielzijde

5 Nokkenaskeerring

6 Turbo plus leidingen

 
Kleppendeksel  Carterpan Krukaskeering voorzijde Krukaskeering bakzijde Nokkenaskeering  

 

Wat te doen bij een hoog olieverbruik

Je ziet nogal eens dat een hoog olieverbruik het gevolg is van achterstallig onderhoud, De eerste stap moet zijn het controleren op externe zichtbare lekkage waarbij ook gekeken moet worden naar lekkage vanuit het vliegwielhuis i.v.m. een eventuele defecte krukaskeerring. Hierbij is tevens het risico dat de koppeling gaat slippen. Olielekkage door nokkenas, balansas, krukas -keerring kan bij auto's met een distributieriem extra risico van vroegtijdig breken van de distributieriem opleveren.


Distributieriem

Als de externe lekkage's niet noemenswaardig zijn dan als eerste de motorolie en oliefilter vervangen met olie met de juiste specificatie en tussen min max afvullen. Tevens het luchtfilter controleren en zonodig vervangen, een verstopt luchtfilter kan ook tot hoger olieverbruik leiden. Tevens moet er gecontroleerd worden dat de carterventilatie naar behoren werkt. Meet wederom het olieverbruik.

 

Wat te doen als er geen achterstallig onderhoud is geweest, en er geen externe lekkage's zichtbaar zijn en het hoge olieverbruik blijft

Bij blijvend hoog olieverbruik wordt de oplossing vaak een moeilijkere en zijn er een aantal punten die zelf te controleren zijn:

1 Rookt de auto blauwe rook bij fors optrekken, zo ja kan het probleem in de zuigerveren zitten

2 Rookt de auto fors blauwe rook na enige tijd stationair lopen en dan wegrijden, zo ja dan is de kans groot dat de klepseals vervangen moeten zijn.
 

 De vuistregel is dat blauwe rook verbrande motorolie is en zwarte rook is een te rijk brandstofmengsel.

    

Zwart grijze rook Blauw grijze rook

 

Kwaliteit motorolie

De kwaliteit van de motorolie herken je aan een aantal internationale normen waarvan API en ACEA de bekendste zijn,

 

API

API staat voor: American Petroleum Institute. API maakt onderscheid tussen benzinemotoren en dieselmotoren. Benzinemotoren worden aangeduid met de letter S, dieselmotoren worden aangeduid met de letter C. Met een tweede letter wordt het kwaliteitsniveau aangegeven. Met enkele uitzonderingen geldt: hoe verder in het alfabet, hoe hoger de kwaliteit. Op dit moment is de hoogste API kwaliteit voor benzinemoteren, API: SJ. Op dit moment is de hoogste API kwaliteit voor dieselmoteren, API: CH. Veelgebruikte API kwaliteiten zijn: CD, CE voor diesels en SG , SJ voor benzinemotoren.

 

De API heeft betrekking op kwaliteits-classificering voor benzinemotoren:
 

SA: Voor motoren die onder lichte omstandigheden werken, de enige toegevoegde additieven zijn stolpuntverlagende additief en een antischuimmiddel.

SB: Voor motoren die onder lichtebedrijfsomstandigheden werken waarbij alleen een minimale bescherming tegen slijtage, oxydatie en lagercorrosie noodzakelijk is.

SC: Olie met dopes tegen slijtage, roestvorming, lagercorrosie en sludgevorming (drabvorming in de motor) bij hoge en lage temperatuur. Aanbevolen door    

       Amerikaanse autofabrikanten voor blokken van 1968 tot 1971.   

SD: Geeft een betere bescherming op dezelfde punten als de SC olie. Door Amerikaanse autofabrikanten aanbevolen voor benzinemotoren van 1968 tot 1971.

SE: Deze olie geeft meer bescherming tegen olie-oxydatie, lagercorrosie en roestvorming en tevens een verbeterde bescherming tegen sludgevorming bij hoge temperatuur.

SF: Een olie met verder verbeterde eigenschappen tegen slijtage, oxydatie, roestvorming , drab- en lakvormige afzettingen en met verbeterde oxydatie-stabiliteit.      

      Voorgeschreven door automobielfabrikanten vanaf 1980 tot 1985

SG: Olie voor benzinemotoren tot 1990.

SH: Olie voor moderne benzinemotoren. Deze variant is gericht op brandstofbesparing

 

ACEA

ACEA staat voor: Association des Constructeurs Europeens díAutomobile en is een Europese norm. Ook ACEA maakt onderscheid tussen benzinemotoren, lichte dieselmotoren en zware dieselmoteren. Benzinemotoren worden aangeduid met de letter A, lichte dieselmotoren worden aangeduid met de letter B, zware dieselmotoren worden aangeduid met de letter E. Met een cijfer wordt het kwaliteitsniveau aangegeven. Met uitzondering van A1 en B1 geldt: hoe hoger het nummer, hoe hoger de kwaliteit. Op dit moment is de hoogste ACEA kwaliteit voor benzinemotoren, ACEA: A3, voor lichte dieselmotoren, ACEA: B4, voor zware dieselmotoren, ACEA: E4. Veelgebruikte ACEA kwaliteiten zijn: E3, E4 voor zware diesels B3 voor lichte diesels en A2, A3 voor benzinemotoren. API en ACEA zijn een goede kwaliteitsgarantie, maar sommige automobielfabrikanten willen dat de olie aan extra eisen voldoet. Zo moet de olie die wordt afgevuld in o.a.Volkswagen, Audi, Skoda, Seat, Mercedes, BMW en Ford aan speciale eisen voldoen. Het herkennen van deze kwaliteitsnormen is lastig en voortdurend onderhevig aan veranderingen.

 
 

Viscositeit motorolie

De dikte / stroperigheid van motorolie is een belangrijke waarde en wordt aangegeven door het begrip viscositeit. Olie met een lage viscositeit is dun en olie met een hoge viscositeit is dik. De SAE (Society of Automotive Engineers) is het internationale instituut dat de norm voor de motorolie-viscositeit heeft vastgelegd.

De viscositeit van een olie is afhankelijk van de temperatuur. Hoe kouder het is hoe dikker en moeilijker vloeibaar de olie is, deste warmer deste beter vloeibaar de olie is. De viscositeit bij lage temperatuur is te herkennen aan een getal met daarachter de letter W (de meest gebruikte zijn: SAE: 0W, 5W, 10W, 15W, 20W). De viscositeit bij hoge temperatuur is te herkennen aan een getal (de meest gebruikte zijn: SAE: 30, 40, 50). Een olie die bedoeld is om bij ťťn bepaalde temperatuur te werken noemt men single-grade, een olie die goed moet functioneren bij meerdere temperaturen noemt men multi-grade. Doordat de motorolie-viscositeit (meestal) bij lage en hoge viscositeit is vastgelegd worden er multi-grade combinaties verkregen als: SAE: 5W-30, 10W-40, 15W-40 en 20W-50. In het algemeen geldt: hoe hoger het SAE nummer, hoe hoger de viscositeit.

 

Minerale Half synthetische en synthetische olie

Minerale olie

Minerale olie is verkregen door raffinage van aardolie en is voornamelijk een mengsel van koolwaterstoffen.. Afhankelijk van de structuur van de olie kan je 4 typen onderscheiden:

1 paraffine

2 aromatisch

3 nafteen-basisch

4 mixed base olie.

Half-synthetische olie

Half-synthetische olie: Zoals de naam al zegt is deze variant met als basis minerale olie, echter wordt onder hoge druk en op hoge temperatuur de olie ontdaan van onverzadigde koolwaterstoffen door waterstof en andere katalysatoren. hieruit ontstaat een stabielere olie beter bestand tegen hoge temperaturen bestand en met een betere viscositeitsindex. Deze variant heeft als voordeel dat de nadelen van minerale olie nagenoeg zijn verdwenen.

Synthetische olie zijn

Het verschil is dat synthetische oliŽn door middel van meer geavanceerde raffinageprocessen worden gemaakt en dat ze zuiverder en van betere kwaliteit zijn dan conventionele minerale oliŽn. Door deze bewerking worden niet alleen meer onzuiverheden uit de ruwe aardolie verwijderd maar kunnen ook de afzonderlijke moleculen in de olie op de eisen van moderne motoren worden afgestemd. Deze speciaal aangepaste moleculen bieden een hogere mate van bescherming en maken betere prestaties mogelijk.

Synthetische motorolie heeft een aantal voordelen:

Het heeft een sterkere smeerfilm, kan daarom dunner zijn en dat heeft een aantal voordelen:

1 Minder weerstand in de motor,

2 Geringer brandstofverbruik,

3 De olie kan bij de koude start sneller naar de te smeren onderdelen lopen, waardoor de motorslijtage sterk vermindert,

4 Minder lawaai in een blok met hydraulisch bediende kleppen,

5 Synthetische olie verdampt minder makkelijk bij de hoge temperaturen, daardoor zal het olieverbruik verminderen.

6 Synthetische olie is thermisch stabieler, de olie is daardoor langer en beter bestand tegen zware belasting.

 

Half synthetisch

Semi-synthetische (half-synthetische / gedeeltelijk synthetische) motorolie is een olie die de voordelen van een synthetische motorolie combineert met een aantrekkelijke prijs.

 

Mengen van verschillende olie,s

Is het schadelijk als er motorolie van een ander merk wordt bijgevuld, In principe niet, mits de andere olie hetzelfde kwaliteitsniveau (= gelijke specificaties) en (bij voorkeur dezelfde) viscositeit bezit.

Hou daarna het olieverbruik goed in de gaten en het is verstandig niet al te lang te wachten tot de volgende oliewissel.

Synthetische, semi-synthetishe en minerale motorolie komen alle uit dezelfde familie van de zgn. paraffische koolwaterstoffen en zijn dus in geval van nood onderling mengbaar.

Bij duidelijk veel te weinig olie in het blok is bijvullen met een andere olie altijd beter dan geen olie bijvullen. Maar doe daarna zsm een oliewissel.

 

Kwaliteitsnorm voor de olie van het VAG Concern

Het VAG Concern heeft een eigen codering voor de kwaliteit van de olie die gebruikt wordt in benzine en diesel motoren:

 

VAG norm                                                    Viscositeit                             Betekenis                              Bijzonderheden

500.00 / 502.00 / 505.00 / 505.01                    5w-40                                   vaste intervallen           

503.00 / 506.00 / 506.01                                 0w-30                                   Longlife                                niet met DPF

504.00 / 507.00                                              5w-30                                   Longlife II                            ook voor DPF

 

Wat is DPF

Een diesel particulate filter, vaak aangeduid als DPF of roetfilter, is een filter dat deel uitmaakt van het uitlaatsysteem van een dieselmotor.

Het doel van het DPF is het filteren van de schadelijke roetdeeltjes uit de uitlaatgassen van de dieselmotor, om deze vervolgens onschadelijk te maken.

Met verkeerde olie kan je DPF filter sterk vervuilen.


Diesel particulate filter

 

Mag er Longlife-olie (VOI) in een auto met vaste intervallen

Nee. Motoren met een vaste olie-onderhouds-interval zijn niet geschikt voor longlife olie. Longlife olie voldoet aan een andere specificatie en is dunner. Bij hogere belastingen kan dat tot schade aan het blok leiden.

Een uitzondering is de olie met VW-norm 504.00 en 507.00. Deze longlife-olie kan bij bijna alle blokken worden gebruikt die geen VOI hebben.

 

Mag er normale olie in een blok met VOI

Ja. Alleen moet dan wel de ECU worden ge-herprogrammeerd op vaste (15.000 km) onderhoudsintervallen. En dan gelden natuurlijk niet meer de VW-normen voor longlife olie, maar wel de VW-normen voor vaste intervallen.

 

Wat is VOI

VOI staat voor Variabele Onderhouds Interval. Het bijzondere is dat autoís met VOI geen vaste service-intervallen hebben: een speciaal ontwikkelde oliesoort is hiervan de reden. Wanneer er een onderhoudsbeurt noodzakelijk is, is afhankelijk van de omstandigheden waarin en de wijze waarop de auto wordt gebruikt, inclusief de rijstijl. Bij gunstig rijgedrag is dat zelfs tot 30.000 km of 2 jaar. Autoís met VOI hebben een boardcomputer die het onderhoudsmoment bepaalt.

De behoefte aan motorolie tijdens de levenscyclus van de auto is aanmerkelijk lager. Een auto met VOI heeft ook minder onderhoudsbeurten nodig, wat zich vertaalt in langere service-intervallen. Er wordt daardoor minder gebruikte olie afgevoerd en dit komt het milieu ten goede.

 

Oliepeil meten

Er word aangeraden om het oliepeil regelmatig (elke 1.000 km) te controleren. Wanneer u vermoedt dat de auto aanzienlijk meer olie verbruikt dan voorheen, neem dan direct contact op met uw onderhoudsspecialist.

1 Zet je auto op een vlakke ondergrond (dus geen helling of schuine oprit).
2 Als de motor nog warm is, wacht dan 15 minuten. De olie wordt tijdens het rijden omhoog de motor in gepompt en
    zal eerst naar beneden moeten zakken.
3 Haal de peilstok eruit en maak hem schoon met een niet pluizende doek.

 

De peilstok is te herkennen aan de grote hendel, vaak van plastic gemaakt. Onderaan de peilstok staat een minimum- en maximumteken. Soms staat er add of full op de peilstok vermeld.

4 Doe de peilstok opnieuw in de tank en haal hem er weer uit (als je de peilstok niet eerst schoonmaakt, krijg je een
    vertekend beeld).
5 De olie moet nu ergens tussen het minimum en maximum teken staan.



6 Als de olie net onder of net boven het minimumteken staat, moet de olie bijgevuld worden. Vul de olie, indien
    gewenst, bij tot net onder het maximum (tussen minimum en maximum zit 1 liter).
7 Vergeet niet eerst de peilstok terug te stoppen.

Rijdt nooit door met een oliepeil dat lager is dan het minimumstreepje op de peilstok.

 

Olie bijvullen

Wanneer het olieniveau beneden het peil is, dient u motorolie toe te voegen. Dit kan in vrijwel alle gevallen middels de vulopening, vaak duidelijk zichtbaar aan de bovenzijde van de motor. In een enkel geval dient u de olie bij te vullen via het gat van de peilstok.

   

De vuldop voor de olietank is te herkennen aan het olietekentje (Een oliekannetje waar een of meerdere druppels uit vallen).

1 Verwijder de vuldop en vul met een trechter de olie bij.
2 Kijk wel uit dat je geen olie morst! Als het op de hete delen van de motor komt, kan de olie gaan branden. Meestal is
   een halve liter voldoende.
3 Draai de dop na het bijvullen weer goed vast.

De minimum en maximum aanduiding op de peilstok, geven een verschil aan van 1 liter. Voeg de olie met kleine hoeveelheden toe, zodat voorkomen wordt dat het peil te hoog staat en leeggehaald dient te worden.
 

Het olie lampje

Wat als het olielampje gaat branden en blijft branden

Als het olielampje gaat branden en blijft branden ben je al te laat, als je geluk hebt kan je nog ernstige schade beperken om de motor direct stil te zetten en olie bij te vullen.

Heb je geen olie bij je, even naar huis of naar het pompstation rijden om bij te vullen is niet mogelijk, het is dus belangrijk om altijd motorolie bij je te hebben.

Wat als het olielampje soms even brand in een bocht

Dit betekent in de meeste gevallen dat je oliepeil te laag is, het is erg belangrijk om de olie zo snel mogelijk bij te vullen.

Wat als je olielampje soms flauw gaat branden bij stationair toerental

Dit kan verschillende oorzaken hebben,

1 Verkeerde olie.

2 Oliepomp versleten.

3 Ernstige lager slijtage.

4 Sluiting in je elektrische systeem

5 Olie sensor niet goed

 

Wat is Sludgevorming

(Black of White) Sludge is vervuiling in de olie van een motor wat in de jaren '80 is ontdekt. Voornamelijk bij carterolie (veelal bij kleine volumes) omdat er door volumeverandering in het carter lucht naar binnen en buiten kan treed het op.

 Symptomen

Er zijn meerdere symptomen mogelijk, de meest herkenbare zijn hieronder genoemd.

1 Erg dikke zwarte olie

2 Mayonaise-achtige substantie

Sludge olievuldop Sludge kleppendeksel Sludge carterventilatie

3 Harde afzettingen in de motor

4 Druppels water in de olie

 

Hoe ontstaat Sludge

In de meeste gevallen onstaat Sludgevorming doordat er te korte ritten met een motor worden gemaakt. (20 a 30 Min rijden wordt als een korte rit gezien. Hoewel het ook pas na langere duur kan verdwijnen. Door de volumeverandering in de motor doordat de zuiger beweegt wordt lucht in het carter gezogen en weer eruit geblazen. Doordat er vocht in de lucht zit ontstaat er condensvorming in de motor. Dit water vermengt zich met de olie waardoor (white) Sludge ontstaat. (Het schijnt ook voor te kunnen komen bij een lekke koppakking, zo kan er ook water in het smeersysteem komen.) Er is gebleken dat in de zomer Sludgevorming veel minder snel optreed dat in de winter. (Dus waarschijnlijk is de luchttemperatuur meer van belang dan de luchtvochtigheid.) Een andere rede is dat er in brandstoffen toevoegingen zitten die ook verbrand worden bij de expansieslag. Deze stikstofgassen en waterdamp lekken soms langs de zuigerveren waardoor deze dampen ook vermengen met de olie. Hierdoor veroudert de olie snel. (Meestal bij slechte brandstofkwaliteit.)

Een bijkomstigheid is dat de levensduur van moderne smeermiddelen zoveel langer zijn, door de kwaliteitsverbetering, de olie langer in de motor zit. Hierdoor wordt Slugdvorming vaak niet opgemerkt met de gevolgen van dien. Terwijl doordat bij kleine hoeveelheden, zoals bij motorfietsen, de olie veel te verduren heeft.

 

Wat zijn de gevolgen

Doordat er vocht uit de lucht en de verbrandingsgassen met de olie vermengt onstaat er dus Sludge. Hierdoor kan de olie gaan oxideren en additieven in de olie kunnen omgezet worden in zuren. Naast het afnemen van de smerende werking kan het zuur vervolgens metaal aantasten en het vocht in de olie voor oxidatie zorgen. En dat is uiteraard niet wenselijke. Een andere mogelijkheid is dat de zwarte aanslag hard wordt en oliekanalen en dergelijk gaat verstoppen. En dan smeert de motor niet meer en loopt alles vast.

 

Verhelpen

Als je het constateert zou ik het zeker verhelpen. Als de Sludgevorming uithard, dan lost het niet meer op in motorolie. Als er oliekanalen gaan verstoppen zijn de gevolgen groot. Bij de betere auto-/motorhandel zijn hier middeltjes voor te krijgen en je hele motor hoeft dan dus niet uit elkaar. "Engine Flush" van "Forte" schijnt hier goed voor te zijn, Dit zou de Sludge op moeten lossen zodat er een schone motor overblijft.

 

Gebruiksaanwijzing Engine Fluch van Forte

Gebruik bij onderhoudsbeurten

1 Breng de motor op bedrijfstemperatuur (90 graden).

2 400 ml Fortť Motor Flush toevoegen aan 4 liter olie in carter en de motor 15 minuten onbelast laten draaien (NIET mee rijden!)

3 Monteer een nieuw oliefilter (noodzakelijk!) en vul de motor met nieuwe olie.

 

Gebruik voor 1e keer of reparaties

1 Bij een eerste behandeling of voor een reparatie, altijd 2 x 400 ml Fortť Motor Flush toevoegen aan 4 liter carterinhoud.

2 Breng de motor eerst op bedrijfstemperatuur (90 graden) en voeg vervolgens 2x 400ml Forte Motor flush toe, en laat de motor 30 minuten stationair draaien.

3 Tap de oude olie af en controleer of de motor schoon is. Monteer een nieuw oliefilter (noodzakelijk!) en vul het carter met nieuwe olie.

 

Bij zware verontreinigingen kleppendeksel, nokkenassen, cilinderkop, carterventilatie en eventueel carter handmatig reinigen en daarna nogmaals 2 x 400 ml Fortť Motor Flush aan 4 liter motorolie toevoegen,

en nadien weer controleren of de motor schoon is. Monteer een nieuw oliefilter (noodzakelijk!) en vul het carter met nieuwe olie

www.forte-nwe.nl

 

Circulatie schema Oliekanalen

 

Verschil tussen Monograde oliŽn en multigrade oliŽn
 

Monograde oliŽn

Monograde oliŽn zijn oliŽn waarvan de viscositeit (dikte/vloeibaarheid) voldoet aan ťťn bepaalde viscositeitklasse. Men heeft de viscositeitklassen gemeten bij temperaturen boven 0įC bv. SAE 40, 50, 60 en de viscositeitklassen gemeten bij temperaturen lager dan 0įC bv SAE 5W,10W, 20W.De viscositeit wordt bepaald met een viscosimeter. Hierbij noteert men de tijd in seconden die een voorgeschreven hoeveelheid olie nodig heeft om vanuit een reservoir door een standaardbuis te zakken. Vroeger gebruikte men dus in de zomer een motorolie van de viscositeitklasse SAE 40 en in de winter een motorolie van de viscositeitklasse SAE 20W . De monograde olie wordt nu nog regelmatig gebruikt bij stationaire motoren of bij oldtimers die niet zo onderhevig zijn aan temperatuursschommelingen.

multigrade' oliŽn

multigrade' oliŽn: Vandaag de dag heeft de technologie er ons toe gebracht om 'multigrade' oliŽn te produceren. Dit zijn oliŽn waarvan de viscositeit tegelijkertijd voldoet aan de eisen van twee verschillende viscositeitklassen. Bv een motorolie 15W40. Bij temperaturen onder 0įC zal de viscositeit overeenkomen met de viscositeitklasse SAE 15W en voor temperaturen boven 0įC zal de viscositeit overeenkomen met die van de viscositeitklasse SAE 40. Dit heeft als groot voordeel dat men nu ťťn motorolie , jaar in jaar uit , kan gebruiken voor het smeren van motoren


Problemen met te veel motorolie in het carter

1 Bij te veel olie krijgen de olieafdichtingen te veel druk waardoor deze kunnen gaan lekken.

2 Het kan te hoge temperaturen veroorzaken als gevolg van de toegenomen weerstand waardoor de levensduur van de olie wordt verkort.

3 Er zal veel olie door spatsmering in de cilinders terecht komen en buitensporige olieverbranding veroorzaken, waardoor afzettingen in de verbrandingskamer toenemen.

4 Teveel olie kan overigens van de krukas een 'slagroomklopper maken. De schuimende olie kan vervolgens via de carterontluchting in de inlaat komen, hierdoor kan een      ...motor gaan draaien op motorolie en zodoende op hol slaan, het op hol slaan kan alleen bij een diesel gebeuren, tevens ontstaan er door het slagroomklopper effect ...luchtbellen, het gevolg is dat de pomp niet alleen olie aanzuigt en weer weg perst, met andere woorden, ook de te smeren lagers worden op lucht getrakteerd in plaats van   ...olie, zodat de smering onvoldoende kan worden

 

Problemen met te weinig motorolie in het carter

1 Een te laag oliepeil zorgt ervoor dat de motor niet voldoende wordt gesmeerd, gekoeld en gereinigd.

2 Bij te weinig olie wordt deze te warm, verbrandt sneller en verliest snel de goede eigenschappen.

3 Je lagers kunnen het begeven of de boel kan invreten.

4 De motor kan vastlopen, waardoor je plotseling een noodstop maakt.


Benzine in de motorolie

Bij een benzinemotor kan het gebeuren dat er een overmatige hoeveelheid brandstof in de smeerolie terechtkomt, hoe kan dit gebeuren.

 1 Als de bedrijfsomstandigheden ongunstig zijn, dat wil zeggen als de auto ritten maakt van minder  dan 15 km met een olie die kouder blijft dan 60ļC kan het oliepeil stijgen, ...onder deze omstandigheden kan er soms meer dan 20 procent brandstof in de olie terechtkomen. Na een lange rit met een hogere olietemperatuur verdampt de meeste benzine ...en stelt zich een aanvaardbare waarde in van 2 ŗ 3 procent brandstof in de olie.

2 Van belang is ook dat de lucht/brandstofverhouding juist is, zeker tijdens de opwarmfase en bij het accelereren mag er geen overmatig rijk mengsel ontstaan, Als er een teveel ...aan benzine de cilinders in komt, dan zakt dat langs je zuigerveren het carter in.

3 Het is zeker het proberen waard om een ander merk benzine te tanken als er regelmatig hetzelfde merk wordt getankt, want de samenstelling van benzine is lang niet altijd       ...hetzelfde. Hoe meer zwaardere fracties de benzine bevat, des te groter de olieverdunning.

4 Je hebt ook auto,s met een benzinedruk regelaar met een vacuumslang erop, inwendig kan deze lekken en gooit al de benzine zo het inlaatspruitstuk in met als gevolg hoog ...rijk mengsel, Als er een teveel aan benzine de cilinders in komt, dan zakt dat langs je zuigerveren het carter in.


Benzinedrukregelaar

5 Je hebt ook auto,s met een warmdraairegelaar en die kan defect zijn, deze geeft bij de koude start extra benzinedruk. Deze moet zodra de motor warm wordt teruggaan naar     ...normale waarden, als hij dat niet doet blijf je een verhoogde benzinedruk geven met als gevolg een overmatig rijk mengsel, als er een teveel aan benzine de cilinders in komt, ...dan zakt dat langs je zuigerveren het carter in.


Warmdraairegelaar

6 De vlotternaald in de carburateur kan blijven hangen, bij het starten kan dan benzine in het carter terecht komen.


Vlotternaald

7 Het membraan en de oliekering in de de mechanische benzine pomp kan lek zijn, hierbij komt er benzine in het carter terecht.

Benzinepomp membraan Benzinepomp achterkant

 

Oldtimer en olie additieven Link

 

Home