Alles over metaal en ontlakken

 
Home

       

 

Productie van metaal Glasparelstralen
Metaal en galvaniseren Natstralen
Metaal en verchromen Schooperen
Roest vast staal RVS Thermisch ontlakken
RVS beitsen en passiveren Chemisch ontlakken
Zandstralen / Gritstralen Vertinnen
Sodastralen  

 

 

                                                                        

    Productie van metaal

Productie van metaal

Metalen worden in de natuur zelden in zuivere vorm gevonden. Metalen worden gedolven in de vorm van ertsen, die vervolgens worden omgezet in de zuivere metaalvorm.

Van erts tot ruwijzer

Het maken van ruwijzer omvat drie processen. Het eerste proces is de 'vergassing' van steenkool tot cokes. De steenkool wordt door deze behandeling poreuzer en daarmee geschikt voor gebruik in de hoogovens.

Het tweede proces is het voorbakken van fijn ijzererts tot brokken
en knikkers, die sinter en pellets worden genoemd. Daarna begint
de eigenlijke productie van ruwijzer. Uit cokes, sinter en pellets ontstaat in de hoogovens vloeibaar ruwijzer, dat met een temperatuur van circa 1500 °C uit de hoogoven wordt getapt.

Van ruwijzer tot ruwstaal

IJzer omzetten in staal betekent vooral het verlagen van het koolstofgehalte. Ruwijzer bevat veel koolstof, waardoor het gestolde materiaal bros is en niet is te lassen, smeden of vervormen. In de staalfabriek wordt de koolstof uit het vloeibare ijzer gebrand door er met grote kracht zuurstof op te blazen. De temperatuur loopt daarbij op tot circa 2000 °C. Om de temperatuur niet verder te laten stijgen wordt schroot toegevoegd aan het vloeibare ijzer. Schroot is gebruikt staal, dat via de schroothandel en huisvuilverbrandingsinstallaties opnieuw wordt gebruikt bij de productie van nieuw staal (recycling).

                                                                                          

Van ruwstaal tot warmgewalst staal vervormingsstaal

Het staal wordt op twee manieren verder verwerkt. Het grootste deel wordt tot een 22,5 centimeter dikke plak gegoten en vervolgens in de warmbandwalserij bij een temperatuur van circa 1200 °C gewalst tot een dikte tussen de 1,5 en 25 millimeter. Aan het einde van de
productielijn wordt het staal opgerold.
Een kleiner deel van het staal gaat naar de hypermoderne gietwals-installatie. In deze fabriek zijn de processen van gieten en walsen geïntegreerd tot één procesgang. Het vloeibare staal wordt gegoten, gestold, direct gewalst tot circa 1 millimeter dik en vervolgens opgerold.Dit staal wordt ook wel hogesterktestaal genoemd.

                                                                         

Cycloon

Het Cyclone Converter Furnace geldt als één van de veelbelovende technieken om een grote stap te zetten in het optimaliseren van de staalproductie. Het CCF maakt energie-intensieve voorbewerking van kolen (cokesproductie) en erts (het maken van sinteren en pellets) overbodig en is daardoor over het hele proces bekeken efficiënter dan de traditionele hoogoven.

Het CCF werkt op basis van het zogeheten smelt-reductieproces. De oven is opgebouwd uit een smeltcycloon met daaronder in de convertor een ruwijzerbad. In de cycloon worden zuurstof en fijngemalen ijzererts tangentiaal ingeblazen, terwijl van bovenaf gemalen steenkool in het bad wordt ingebracht.Voor menging van het metaalbad wordt vanuit de bodem stikstof ingeblazen. IJzererts en zuurstof reageren in de cycloon met het koolmonoxide dat in de gassen in het ruwijzerbad zit, waardoor het ijzererts deels wordt gereduceerd. De temperatuur loopt daarbij zo hoog op dat het ijzererts smelt. De gesmolten massa slaat tegen de wanden van de cycloon aan, en valt vervolgens in het ruwijzerbad. Bij een temperatuur boven 1600 °C reageert het met de steenkool tot ruwijzer en koolmonoxide.

                                             

                                                   Metaal en galvaniseren

Galvaniseren is het proces waarbij door middel van elektrolyse een dun laagje metaal wordt neergeslagen op een metalen voorwerp.Voorbeelden van dergelijke processen zijn: vergulden (Au), vertinnen (Sn), vernikkelen (Ni), verzilveren (Ag), verchromen (Cr) en verzinken (Zn). In de praktijk wordt met galvaniseren vaak verzinken bedoeld.Het te galvaniseren object, bijvoorbeeld een sleutel, wordt verbonden met de negatieve pool van een stroombron. De sleutel wordt vervolgens gedoopt in een oplossing van een metaal-ion. In het geval van verzinken wordt een oplossing van zink-ionen gebruikt.

                                                                         

Omdat de sleutel negatief is geladen heeft deze een overschot aan elektronen. Deze kunnen aan het oppervlak van de sleutel reageren met de zink-ionen uit de oplossing. Hierbij ontstaat vast zink dat als een dun laagje zal neerslaan op het oppervlak van de sleutel.

Link naar verzinken op YouTube www.youtube.com

 

                                             Metaal en verchromen

Chroom is van de neergeslagen metalen de bekendste. Het wordt toegepast in de sanitairmarkt, de automobielbranche, fietsen, motoren, diepdruk, en ga zo maar door. Het wordt veel gebruikt om metaal of kunststof een mooier uiterlijk te geven. Chroom heeft van zichzelf geen hoogglans eigenschappen, de glans is afkomstig van het onderliggende nikkel. Chroom kan wel gepolijst worden. Indien de chroomlaag te dik wordt aangebracht op het glanzende nikkel ontstaat een muisgrijze laag. Om een mooi uiterlijk te krijgen is een chroomlaag van ca. 0,5 μm voldoende. Chroombaden behoren tot de eenvoudigste baden qua samenstelling, ze bestaan grotendeels uit chroomzuur, daarnaast worden toevoegingen van zwavelzuur (katalysator in het proces) toegevoegd. Als secundaire katalysatoren kan men fluorideverbindingen of organische verbindingen toevoegen. Het chroombad haalt het chroom uit het aanwezige chroomzuur, de anodes zijn van lood, deze leveren alleen de benodigde elektronen.

Er bestaat een verschil tussen decoratief en hardchroom, dit behelst in hoofdzaak de laagdikte die wordt afgescheiden. Chemisch gezien zijn beide baden vrijwel identiek. Hardchroomlagen kunnen tot 1 mm worden afgescheiden, in de regel wordt 20-100 μm neergeslagen. Het wordt toegepast vanwege zijn hoge hardheid en slijtageweerstand. Nadeel is echter dat de laag poreus is en dat zodoende vooral chloorionen door de laag het basismateriaal kunnen aantasten. Voor deze toepassingen is het daarom beter om onder de chroomlaag een nikkellaag aan te brengen. De hardheid van het chroom kan variëren van 850-1200 HV afhankelijk van het gekozen proces.

                                                                       

                         

Link verchromen op YouTube www.youtube.com

 

                                                                Roest vast staal RVS

Roest Vast Staal (RVS)

 

Roestvaste staalsoorten

Bij het opstellen van deze pagina is de cursus Oppervlaktebehandelingen van Roestvast Staal van de Vereniging voor Oppervlaktetechnieken van Materialen (VOM) als basis gebruikt. Meer informatie over de RVS-cursus is op te vragen bij Coating Kennis Transfer. Veel informatie wordt ook gegeven in het boek Working with Stainless Steel, uitgegeven door Euro-Inox in 1998 en te bestellen bij Euro-Inox.

 

Samenvatting 

Roestvaste staalsoorten zijn ijzerlegeringen, die altijd veel chroom bevatten. Daarnaast worden vaak ook nikkel en molybdeen gebruikt. 

Bij normaal gebruik in de atmosfeer vertoont roestvast staal geen corrosieverschijnselen. Onder bijzondere omstandigheden kan dit wel het geval zijn. Naast corrosievast is roestvast staal ook hittevast. 

Het toepassingsgebied van roestvast staal is de laatste tientallen jaren explosief gestegen. De voornaamste roestvaste staalsoorten zijn: ferritisch, martensitisch en austenitisch. Daarnaast zijn voor speciale doeleinden ontwikkeld precipitatiehardend en duplex roestvast staal. 

Ferritisch, 400-serie, magnetisch, niet hardbaar, bevat chroom. 

Martensitisch, 400-serie, magnetisch, hardbaar, bevat chroom. 

Austenitisch, 300-serie, niet magnetisch, niet hardbaar, taai, slechte geleider voor warmte en elektriciteit, bevat nikkel en chroom. 

Duplex roestvast staal bevat meer dan één structuur. 

Precipitatiehardend roestvast staal is voor een deel ondergebracht in de 600-serie; het kan door precipitatieharding sterker gemaakt worden. 

Superlegeringen bevatten zeer veel legeringselement, soms meer dan 50 %. Ze zijn er op ijzerbasis, nikkelbasis en kobaltbasis.

 

Inleiding 

Roestvast staal is een ijzerlegering die minstens 11-12% chroom bevat. In contact met zuurstof uit de lucht vormt zich spontaan een chroomoxidehuid aan het oppervlak die het materiaal beschermt tegen corrosie. Daarnaast bevat RVS ook vaak nikkel en molybdeen ter verhoging van de corrosieweerstand. Ook diverse andere legeringselementen kunnen worden gebruikt, meestal in geringere gehalten, om het materiaal de gewenste eigenschappen te geven. Door zijn grote weerstand tegen corrosie vertoont roestvast staal als regel geen roestvorming bij normaal gebruik in de atmosfeer. De soms toch optredende corrosie is als regel het gevolg van bijzondere omstandigheden. De intensieve studie die van deze corrosieverschijnselen wordt gemaakt en waarvan de resultaten worden weergegeven in tal van publicaties, mag niet de indruk doen ontstaan dat roestvast staal een minder betrouwbaar, corrosiegevoelig materiaal zou zijn; in de meeste gevallen gedraagt het zich bij normaal gebruik goed en levert het geen problemen op. De weerstand tegen oxidatie bij hoge temperatuur is bij roestvast staal groter dan bij gewoon (dat is niet of weinig gelegeerd) staal. Men vat de roestvaste staalsoorten dan ook wel samen onder de verzamelnaam 'corrosie- en hittevast staal'

 

Type-indeling roestvaste staalsoorten 

Bij roestvast staal onderscheidt men een aantal hoofdgroepen. De eerste drie, die het meest voorkomen, duidt men aan met namen die afgeleid zijn van de metallografische structuur, waarin ze het meest voorkomen: 

• ferritisch

• martensitisch

• austenitisch

De andere groepen roestvast staal, die vooral voor speciale doeleinden dienen zijn: 

• precipitatiehardend

• duplex

• superlegeringen

 

Door tal van landelijke normalisatie-instituten zijn indelingen van roestvaste staaltypen opgesteld, alle verschillend. Zo kent men de DIN-indeling (Duits) en de indeling volgens het Duitse 'Werkstoffnummer'. Het American Iron and Steel Institute, AISI, heeft een type-indeling gemaakt die algemeen wordt gebruikt en waarbij de ferritische en de martensitische chroomstalen in de 400 serie zijn geplaatst en de austenitische chroom-nikkelstalen in de 300 serie zijn bijeengebracht. In Europa worden het AISI-nummer en Werkstoffnummer veel gebruikt. 

 

Een voorbeeld: het meest gebruikte type roestvast staal, AISI-304, Werkstoffnummer 1.4301 heeft als belangrijkste bestanddelen, die de kwaliteit hoofdzakelijk bepalen, koolstof, chroom en nikkel. Daarnaast bevat het echter ook silicium, mangaan, fosfor en zwavel, deels als toevallig bestanddeel dat bij de fabricage is gebruikt en deels als verontreiniging. 

 

De roestvaste staalsoorten kunnen globaal worden onderscheiden door een aantal belangrijke eigenschappen:

Austenitisch roestvast staal 

De meest gebruikte en ook bekendste roestvaste staalsoorten behoren tot de groep van de austenitische roestvaste stalen, die in de AISI-indeling de 300 serie wordt genoemd met als bekende voorbeelden AISI 304 en 316. De austenitische structuur is de metaalstructuur van gamma ijzer, die in gewone staalsoorten alleen kan bestaan bij roodgloeihitte. Door het toevoegen van legeringselementen, dat zijn meestal andere metalen, kan de austenitische structuur ook bij omgevingstemperatuur blijven bestaan. Austenitisch roestvast staal bevat 16 – 26 % chroom, 4 – 22 % nikkel.

Typische eigenschappen zijn o.a. een grote taaiheid en vervormbaarheid. Bij vervormen kan het niet-magnetische karakter voor een deel verloren gaan (als gevolg van ferriet uitscheiding). Koud gewalste plaat, die in zachte toestand niet magnetisch is, wordt door het walsen ferro-magnetisch, dat wil zeggen deze wordt aangetrokken door een magneet en wel te meer naarmate de vervorming bij koudwalsen sterker is geweest. De zeer goede corrosieweerstand vermindert daardoor ook iets. Door zijn taaiheid verspaant austenitisch roestvast staal minder goed dan gewoon staal. Om hieraan tegemoet te komen zijn speciale draaikwaliteiten ontwikkeld. Andere typische eigenschappen van austenitische roestvast staalsoorten zijn een grote uitzettingscoëfficiënt, een slechte warmtegeleiding en een slechte elektrische geleiding.

 

Ferritisch roestvast staal 

Ferritische roestvaste staalsoorten zijn in feite met chroom (13 – 18 %) gelegeerde staalsoorten, die soms kleine hoeveelheden andere legeringsbestanddelen bevatten. Ze hebben een alfa structuur, die ook gewoon ongelegeerd staal heeft. Daardoor zijn ze ferromagnetisch. 

Het koolstofgehalte is zo laag, dat ze door een warmtebehandeling niet gehard kunnen worden. De ferritische roestvaste staalsoorten hebben op veel punten eigenschappen, die overeenkomen met ongelegeerd staal. Ferritisch roestvast staal is redelijk corrosievast.

 

Martensitisch roestvast staal 

Martensiet is het karakteristieke bestanddeel in gehard staal. Het ontstaat als koolstofhoudend staal vanuit hoge temperatuur snel wordt afgekoeld (afschrikken). 

De martensitische roestvast staalsoorten kenmerken zich door een hoger koolstofgehalte (0,20 – 1,10 %) dan de austenitische en ferritische typen (< 0,1 %). Martensitische roestvast staalsoorten zijn eveneens ferromagnetisch.

Het zijn ook chroomstalen (12 – 18 %) met soms enige andere bestanddelen in kleine hoeveelheden. Martensitisch roestvast staal is in geharde toestand goed corrosievast

 

Duplex roestvast staal 

Duplex roestvast staal wordt gekenmerkt door meer dan één structuur, bijvoorbeeld ferriet naast austeniet. 

Van de bijzondere eigenschappen noemen we een grotere weerstand tegen spanningscorrosie. Enige namen zijn: type 326, Uranus 50, 44 LN, Alloy 2205 en Ferralium 255.

Precipitatiehardend roestvast staal 

Precipitatiehardend roestvast staal, ook wel bekend als PH-staal, is voor een aantal typen ondergebracht in de AISI 600-serie. Deze staalsoorten kunnen door een warmtebehandeling een dispersieharding ondergaan, waardoor ze zeer sterk worden. De na het uitharden meestal gemengde structuur kan austenitisch, martensitisch en semi-austenitisch zijn. Enige namen zijn: 17-4 PH, Croloy 16-6 PH, 17-7 PH en HMN.

 

Superlegeringen 

Superlegeringen kan men beschouwen als zeer hoog gelegeerde soorten roestvast staal, waaraan veelal ook hardende elementen zijn toegevoegd. Ze zijn sterk, hittevast, corrosievast en kruipvast. Soms zijn ze meer dan 50 % gelegeerd; het zijn dan geen ijzerlegeringen meer. 

Superlegeringen op ijzerbasis zijn bijvoorbeeld Haynes 556 en Incoloy-typen. 

Op nikkelbasis zijn samengesteld Hastelloy-typen, Inconel en Nimonic, alle in diverse varianten. 

Kobaltbasis superlegeringen zijn Haynes 188, Stellite 6B en V36.

 

 

                                       

              

 
                                                                  RVS beitsen en passiveren

RVS beitsen en passiveren

Bij het beitsen van RVS wordt het roestvaststaal behandeld met een beitsmiddel, bestaande uit o.a. waterstoffluoride en salpeterzuur. Hierdoor worden alle carbides en ijzerdelen als het ware "opgegeten". Nadat het beitsmiddel haar werk gedaan heeft, wordt het r.v.s. met koud, zuurstofrijk water onder hoge druk (190 bar) gereinigd. Dit is erg belangrijk; de opgeloste laag wordt verwijderd en op dat moment staat het materiaal weer open voor de reactie met zuurstof, waardoor de corrosiebestendige toplaag weer kan "aangroeien". Dit natuurlijke proces neemt doorgaans ca. 48 uur in beslag. Door het materiaal echter te behandelen met alleen salpeterzuur en het vervolgens weer met hogedruk te reinigen, wordt dit al na ca. 30 minuten bereikt. Deze laatste behandeling noemt men "passiveren". Als laatste volgt een spoeling met gedemineraliseerd water < 10 uS/cm. Het roestvast staal is nu weer geschikt voor gebruik en zal in deze conditie niet meer roesten, of beter gezegd niet meer corroderen.

                                         

 
                                   Zandstralen / Gritstralen

Zandstralen / Gritstralen

Zandstralen wat tegenwoordig gritstralen wordt genoemd is een behandeling waarbij een straalmiddel (grit) vermengd met overdruk tegen een object gespoten wordt. Corrosie en oude laklagen worden door deze bewerking tot diep in de poriën verwijderd. Zo ontstaat een schoon oppervlak, klaar voor verdere bewerking. Zandstralen is toe te passen op metalen en hout.

                                                                  

Link naar zandstralen op YouTube www.youtube.com

 

                                                          Glasparelstralen

Glasparelstralen.

Glasparelstralen is een behandeling die kan worden toegepast op vrijwel alle non-ferro materialen zoals: roestvrijstaal, aluminium, koper, ect. Door middel van perslucht vermengd met stukjes glas, wordt het object schoon gestraald. Na het glasparelstralen kunnen objecten nog verder worden verwerkt (aflakken), maar met name voor roestvrijstaal en aluminium is dit de eindbewerking.

                                                                     

                                                                         Natstralen

natstralen

Bij natstraalinstallaties wordt zuiver, helder water met een druk van meer dan 4.000 bar door een roterend multistraalpistool op het te bewerken werkstuk gestraald. Door het roteren van het straalpistool ontstaat een "maaleffect", zodat zeer harde coatings zonder beschadiging van het werkstuk kunnen worden verwijderd.

                                        

Het stralen met water heeft zeer vele voordelen:

1 Geen vervorming omdat er geen "peeningeffect" ontstaat

2 Zeer gering materiaalverlies van het basismateriaal omdat geen straalmiddel wordt gebruikt

3 Milieuvriendelijk. Het proceswater kan in een gesloten kringloop worden gebruikt

4 Achteraf stof- of straalmiddelvrij maken van het werkstuk is niet nodig

5 Geen slijtage door straalmiddelen

6 Aan het water kan een anticorrosiemiddel worden toegevoegd.

Link naar natstralen op YouTube www.youtube.com

 

                                                                                 Sodastralen

Sodastralen

Sodastralen is een nieuwe milieuvriendelijke techniek ter vervanging van zandstralen of gritstralen. Sodastralen biedt het grote voordeel dat het geen schade toebrengt aan het behandelde oppervlak. Voorbeelden hiervan zijn: sommige kunststoffen, aluminium, baksteen, hout, glas, enz… Het geeft in tegenstelling tot zand en grit geen inslag van het straalmiddel. Gestraalde ferrometalen vereisen een onmiddellijke coating om roestvorming te voorkomen. Daarentegen zal sodastralen de snelheid van de roestvorming aanzienlijk verminderen. Dit systeem vereist geen opwarming, dus geen vervorming van de plaat-carrosserie en direct klaar voor de behandeling van het spuiten = geen schuurwerk meer nodig.
Sodastralen is ook een prima methode voor het reinigen van motoren en vette onderdelen, want sodiumbicarbonaat breekt koolwaterstoffen af. Ook kleine oppervlakten en hoeken leveren geen problemen op, want tijdens het stralen worden olie en vet omgezet in een zeepoplossing die je nadien met water perfect kan afspoelen.
Doordat het niet schadelijk is voor de behandelde oppervlakten, is het ook niet nodig om alles te demonteren. Zo kan je bv perfect een volledig kas stralen met ruiten en al in, zonder enige beschadiging aan de ruiten. Daardoor kunnen we ook veel sneller te werk gaan dan bv zandstralen.

                            

Link naar sodastralen op YouTube www.youtube.com

 

                                                                             Schooperen

Schooperen

Schooperen (ook wel metaliseren, thermisch spuiten, of verzinken genoemd) is het thermisch aanbrengen (spuiten) van vloeibaar zink, aluminium of een combinatie hiervan op een vooraf blank gestraald metaaloppervlak. Hierbij wordt een zinkdraad door een spuitpistool getransporteerd en met een vlam verhit. Het gloeiende vloeibare metaal wordt met een spuitpistool in een laag aangebracht en zal onmiddellijk stollen in een goed hechtende laag op het te conserveren object.

                

Link naar schooperen op YouTube www.youtube.com

 

                                                                    Thermisch ontlakken

Thermisch ontlakken.

Een geschikt proces voor het ontlakken van metalen welke bestand zijn tegen hogere temperaturen, is ontlakking middels pyrolyse.Een praktisch gebruik van pyrolyse is het schoonmaakprogramma van sommige moderne ovens dat bij tot wel 518°C alle lak verwijdert.Na behandeling in pyrolyse ovens kunnen de behandelde materialen nabehandeld worden door deze met verwarmd water onder hoge druk af te spuiten. Echter zijn de materialen dan nog niet gereed om opnieuw gelakt te worden. Hiervoor kan men de materialen dan nog stralen (bijv. gritstralen, parelstralen of stralen met notenschillen) of beitsen. Indien gebeitst, wordt het koolstofstaal ook nog gedompeld in een olie-emulsie om het product tijdelijk te conserveren tegen roesten.

                                         

Pyrolyse Oven

Pyrolyse houdt in feite in dat er zonder open vuur toch een warmte ontstaat van een dusdanig temperatuurbereik, dat alle poedercoaten & verfsoorten worden verbrand.

Link naar thermisch ontlakken op YouTube www.youtube.com

 

                                                  Chemisch ontlakken

Chemisch ontlakken

Dit proces wordt veelal toegepast bij metalen als aluminium, verzinkt staal en RVS omdat dit op lagere temperaturen (vanaf 80°C) gebeurt waardoor deze metalen niet aangetast worden. Bij dit proces wordt het product in een bad met chemicaliën gedompeld waarna het hier 1 tot 48 uur in blijft zitten, afhankelijk van de gebruikte chemie en de samenstelling van de coating.Anders dan het pyrolyse proces wat voor meerder toepassingen bruikbaar is, hebben deze chemicaliën elk hun eigen reinigings- en ontlakeigenschappen. Ook hier moet koolstofstaal naderhand nog geconserveerd worden met een olie-emulsie tegen het roesten.

                    

                    

                                                                                   

 
                                                                                   Vertinnen

                                                                             

Vertinnen

Smeertin is een mengsel van lood en tin. Dit vormt een volledig afsluitend en absoluut roestvrij laagje en is de beste afwerking van lasnaden. Tin krimpt niet en kan ook niet scheuren.

 

Eerste stap is, zoals meestal in de carrosserie, het te bewerken stuk schoon maken want het vertinnen dient te gebeuren op een blote en schoone plaat ! Zeer belangrijk voor een goede hechting te garanderen.
En daar hebben we dus onze lamellenschijf nodig om het stuk van alle verf en plamuur resten te ontdoen.

                                                                                    

Tweede stap is, de vertinpasta smeren met de verfborstel op de te vertinnen plaatdelen. Pasta moet overal aangebracht worden waar eventueel later tin gezet wordt. Anders zal de tin zich niet hechten.

                    

Derde stap is, met de gas brander de plaat en de vertinpasta gelijkmatig verwarmen totdat de pasta begint te drogen en als het ware het vuil uit de plaat begint te zweten. Op dat ogenblik met een vod of een doekje de vertinpasta wegvegen. Let erop dat je gelijkmatig verwarmt en niet te lang op 1 plaats om vervorming van je plaat te voorkomen. Nu zul je zien dat de plaat al mooi blinkt en er een klein laagje tin al aangebracht is.

Vierde stap is, Met de gas brander gaan we de tinstaven en de plaat verwarmen. Op de gewenste plaatsen dan de tin in dotten aanbrengen op de plaat. Let hier ook weer op dat je niet te hard verwarmt en gelijkmatig de plaat en de tin verwarmt.

                                                          

Vijfde stap is, De aangebrachte dotten tin en de plaat er omheen verwarmen en met de houten spatel uitsmeren en vlak leggen op de gewenste plaatsen. Het leuke hieraan is dat je hiermee niet beperkt bent in tijd (dit in tegenstelling met plamuur die na uitharding onbruikbaar geworden is). Je kan dus blijven verwarmen en uitstrijken totdat het gewenste resultaat bereikt is.

                           

Zesde stap is, Met de carrosserie vijl de tin vijlen totdat alles in de gewenste vorm zit.

                         

Nu kan je nog de rest afwerken met een fijn laagje plamuur voor de eindafwerking.
 
Link naar vertinnen op YouTube www.youtube.com

 


Home